Een lastig onderdeel in de fysische geografie is het mondiale windsysteem. Wat is een passaat? Wat is frontale neerslag? Hoe ontstaat stijgingsregen? Wat is het corioliseffect? Hoe ontstaan moessons? Het zijn vragen die een havist en vwo’er op het eindexamen moet kunnen beantwoorden en vooral moet kunnen toepassen. Daarom maakte ik een aantekeningstencil zodat leerlingen in de les kunnen meetekenen. Op die manier zijn ze betrokken en leren ze de principes meteen toepassen.
Hoe gebruik je het stencil?
Deel het stencil in zijn geheel uit. In de eerste les behandel ik de basis: wat is luchtdruk, wat is het verschil tussen een hoge luchtdrukgebied en een lageluchtdrukgebied? Samen tekenen we de wereldbol in. Ik begin met het verhaal over loodrechte zonnestralen rond de evenaar en het ontstaat van het lagedrukgebied en stijgingsregen. Tip: laat leerlingen werken met de kleuren blauw, rood en zwart. Zo kunnen ze gemakkelijk herkennen wat warme lucht en koude lucht is als ze de aantekening gaan bestuderen voor de toets. Vervolgens teken in de luchtcellen in (Hadleycel, Ferrecel en Polarcel). Tevens leg ik uit dat de Hadleycel groter is doordat warme lucht uitzet en opstijgt. De troposfeer is bij de evenaar een stuk hoger dan bij de polen. Je kunt er daarna voor kiezen de leerlingen aan het werk te zetten met de eerste opdrachten van de paragraaf.
In het tweede deel gaan we het toepassen en leer ik leerlingen dat door de scheefstand van de aarde de loodrechte zonnestand wisselt en dus de luchtcellen ook meebewegen. Ga hierbij in op de Kreeftskeerkring en de Steenbokskeerkring. We passen het toe op een wereldkaartje en vervolgens de situatie in juli en januari. Hierbij ga je in op het fenomeen moessons. Ik leg het verschil uit tussen een droge en natte moesson en we gaan specifiek in op de situatie bij India. De ZW-moesson in de zomer (juli) levert aan de loefzijde van het Himalayagebergte door de extra verdamping veel neerslag op (3300mm in de maand juli in Cherrapunji). Ik laat hierbij meestal ook de klimaatgrafiek van Cherrapunji zien uit de atlas en geef de vergelijking dat in Nederland rond de 700mm neerslag per jaar valt en in het tropisch regenwoud 2.000mm per jaar. Op die manier kunnen ze zich een iets betere voorstelling maken van 3300mm in één maand!
Tip 1: Het is belangrijk om na de aantekeningen de leerlingen ook echt de theorie te laten toepassen. Selecteer goede opdrachten uit het boek of oefen eventueel met oude examens.
Tip 2: Gebruik de interactieve site van Edudigi om de verschuiving van de ITCZ uit te leggen.
Download hieronder gratis het stencil
